René Bogaart: “Liever een snel kwartje dan een langzame euro”

Auteur: Juan Kort
groots ondernemen Ondernemen 18 januari 2024
René Bogaart: “Liever een snel kwartje dan een langzame euro”

Groots ondernemen. In tegenstelling tot horecaondernemers die al hun energie kwijt zijn aan één zaak, zijn er ook ondernemers die meerdere zaken hebben. Wat is hun aanpak? Wij stellen elf vragen aan zes grote horecaondernemers. Deze week: René Bogaart (55) is eigenaar van Big Horeca Groep (BIG) en beheert een portfolio van veertien horecazaken in de regio Den Haag. Bogaart is van de grote aantallen. Naast zijn zaken heeft hij 6 kinderen en 21 honden.

1.       Hoe lopen uw zaken?

“Alle locaties draaien goed en we hebben niet te kampen met personeelstekort; momenteel zijn er in totaal negenhonderd medewerkers in dienst. Tijdens corona hebben we de meeste personeelsleden bij ons gehouden, dat blijkt achteraf een slimme zet. Door vastgoed te verkopen, konden we destijds het personeel blijven uitbetalen. Daardoor hebben we ons pensioen aangesproken, maar dat is minder erg als je je werknemers als familie beschouwt. Op dit moment ervaren we de uitdaging dat, ondanks toegenomen drukte op de locaties en de omzetgroei, onze winstmarge zeer beperkt is. Hoewel alle kosten stijgen en het terecht is dat het horecapersoneel beter beloond wordt, kunnen we niet alle prijsverhogingen doorvoeren. Dit betekent dat we een deel van de marge moeten inleveren."

2.       Wie heeft u geïnspireerd?

“Niet alleen mijn ouders, die een hotel op het Damrak in Amsterdam hadden, hebben mij geholpen met mijn eerste zaak ‘Feestcafé ’t Biggetje’, maar ook Ron van Roekel (1943-2016, van onder andere De Heeren van Aemstel en Ritz in Amsterdam, red.). Ik kende hem via mijn ouders. Hij was een horecakampioen in Amsterdam en is voor mij de ‘Johan Cruijff’ binnen de branche. Niet veel later kwam Robin Bravenboer (van Baja Beach Club en restaurant Three in Rotterdam en zes restaurants in Barcelona, red.) in Rotterdam. Er ontstaan altijd weer nieuwe helden.”

3.       U heeft in Pavarotti Kijkduin een aquarium van 40.000 liter met twee haaien en ik las dat u 21 honden thuis heeft. Wat heeft u met dieren?

"Ik was altijd al dol op dieren. Toen ik in 1995 mijn eerste zaak opende, noemde ik deze ‘Feestcafé ’t Biggetje’. Toentertijd had ik namelijk twee hangbuikzwijntjes en die liepen daar overdag rond. Varkens zijn intelligente dieren en vanaf hun geboorte zindelijk. Ik vind het interessant om het gedrag van dieren te observeren. Tegenwoordig herbergt mijn landgoed in Voorburg een gered varken, konijnen, vogels, vissen en 21 honden. We zijn allemaal gek op dieren."

4.       Uit wat voor gezin komt u zelf?

“Mijn ouders hadden een hotel met 42 kamers op het Damrak in Amsterdam. Als jonge jongen hielp ik in het weekend altijd mee. Mijn oma zei me voor haar overlijden dat ik haar als driejarige had verteld dat ik later veel kinderen wilde hebben en meerdere horecazaken wilde runnen. Het is fijn om hieraan terug te denken, omdat beide wensen zijn uitgekomen. Ik heb 14 horecazaken en 6 kinderen in de leeftijd van 16 tot en met 26 jaar.  Als eerste kreeg ik een jongen, daarna een meisje, vervolgens 3 jongens en tot slot een meisje. Ze zijn allemaal werkzaam in het bedrijf. Ze hebben het horecavak in hun genen.”

5.       U werd in een eerder interview een ‘massa is kassa-kampioen’ genoemd. Hoe zorgt u voor massa?

“In mijn eerste zaak had ik een kleine keuken en bar en tweehonderd couverts. Het aantal couverts bleek te groot voor de keuken en de bar; alles aan onze kant ging te langzaam. Ik begreep snel dat, om een snellere doorloop te realiseren, de keuken drie keer zo groot moest worden en de bar vier keer zo groot. Vervolgens ontdekte ik dat je met vijfhonderd zitplaatsen nóg meer omzet genereert. Daarom besloot ik om zaken te openen met een oppervlakte van 600, 1000, 1500 en uiteindelijk zelfs 3500 vierkante meter. Hierdoor kunnen we op alle locaties driehonderd tot vijfhonderd gasten bedienen. Onze bedrijfsfilosofie luidt: ‘Liever een snel kwartje dan een langzame euro '. Wij streven naar aantrekkelijke prijzen en goede kwaliteit en we overtreffen consequent de verwachtingen. Dit leidt tot mond-tot-mondreclame en het ontstaan van ambassadeurs voor onze zaken.”

6.       Welke criteria hanteert u om een nieuwe zaak te openen?

“De locatie vind ik erg belangrijk. Een fout die ik in het begin maakte, is te kiezen voor een pand met een lage huur op een slechte locatie. Je kan beter kiezen voor een A-locatie met constante activiteit, ook al gaat dat gepaard met een hogere huur, dan voor een locatie waar men echt naartoe moet gaan. Daarnaast zoek ik voor onze concepten altijd naar volume; niet 200 tot 300 vierkante meter maar 600 tot 1000, of meer. En het moet zoveel mogelijk ‘levens’ hebben: een terras, de mogelijkheid om herrie te maken, tot laat open kunnen zijn en het liefst ‘all-year traffic’ genereren.”

7.       Hoe heeft u dit gefinancierd?

“Voor mijn eerste zaak leende ik 100.000 gulden van Ron van Roekel. Dat bedrag kon ik na een jaar terugbetalen omdat de zaak succesvol was. Van mijn ouders en een leverancier leende ik ook geld. Uiteindelijk draaide het feestcafé 1 miljoen gulden per jaar, waardoor ik een discotheek kon openen. Dat was altijd al een droom van mij. Ondernemen is soms links- of rechtsom gaan in plaats van rechtdoor.

Om nieuwe zaken te openen maak ik tegenwoordig gebruik van crowdfunding, leen ik van leveranciers en gebruik ik eigen vermogen. Het voordeel van crowdfunding is dat je niet afhankelijk bent van een bankier, maar samenwerkt met mensen die ambassadeur worden van je bedrijf. En dat al voor de opening. Sterker nog; ze voelen zich eigenaar. Horecaondernemers krijgen tegenwoordig bijna geen leningen meer van banken. Om geld te kunnen lenen van leveranciers is het van belang om een goede relatie met hen op te bouwen. Ik werk inmiddels 15 tot 25 jaar samen met mijn leveranciers.”

8.       Wat was uw grootste leermoment?

“Je blijft je hele leven leren. Als je talentvol bent, is het onzin om te wachten tot je dertig bent. Je moet niemand onderschatten; Justin Kluivert speelde op zijn zestiende al bij Ajax. Als je de juiste mentaliteit hebt en een goede ondernemer bent, in goede en in slechte tijden, kun je alles bereiken wat je wilt.”

9.       Op welke andere manieren draagt u persoonlijk bij aan de zaken?

“Binnen mijn organisatie richt ik me primair op de ontwikkeling van nieuwe zaken en het motiveren van personeel. Door naar de kostenkant, de reviews en de omzet te kijken, en deze te vergelijken met voorgaande periodes, evalueren we de prestaties en beoordelen we verbeteringen. Onze managers worden gemotiveerd door winstdeling, waardoor ze zich als ondernemers manifesteren. Ik help ze daarbij. Daarnaast sta ik geregeld voor de deur van mijn zaken en verwelkom ik gasten. Velen herkennen mij en zijn verbaasd mij er te zien. Dat gebeurde ook toen ik in de coronaperiode maaltijden thuisbezorgde. Het motiveert het personeel om ook zelf door regen, wind en kou te gaan. Net zoals ik zelf door horecalegendes ben geïnspireerd, wil ik nu de nieuwe generatie enthousiasmeren voor het vak.

Verder ben ik voortdurend op zoek naar mogelijkheden om de marges te verhogen. Daarvoor moet ik veel verschillende keuzes maken en ben ik vaak in contact met alle leveranciers.”

10.   Hoe ziet een dag van René Bogaart eruit?

“Om 6.45 uur start mijn dag en train ik een uur in de sportschool. Gedurende de ochtend besteed ik twee uur op kantoor, waar ik de cijfers en rekeningen doorneem. In de middag ga ik op pad; afspraken combineer ik zoveel mogelijk met werkbezoeken aan de locaties. Mijn thuiskomst varieert meestal tussen 22.00 en 01.00 uur 's avonds, maar soms ook tussen 19.30 of 16.30 uur. Mijn echtgenote, Sandra Bogaart (55), begrijpt mijn levensstijl en klaagt nooit. We zijn 33 jaar samen. Ondanks mijn betrokkenheid bij het werk, vermijd ik excessen; ik drink geen alcohol en rook niet. Zodra mijn werk is afgerond, ga ik naar huis. Alle kinderen zijn inmiddels betrokken bij de zaak, waardoor mijn gezin ook op professioneel vlak nauw met elkaar verbonden is. Voor mij is horeca topsport.”

11.   Heeft u nog ambities?

“Ik wil eindigen waar ik ben grootgebracht. Een hotel van 100 tot 150 kamers lijkt mij een prachtig einddoel van mijn horecaleven, bij voorkeur in de Haagse regio. Spanje is ook een optie, daar ben ik graag. Het moet een mooi hotel worden, met een restaurant, wellness en entertainment. Het wordt een hoogwaardig en toegankelijk 'all-family' concept, waar iedereen zich thuis voelt. Vergelijkbaar met de gastvrijheid die Van der Valk-hotels bieden. Dat familiebedrijf is voor mij een goed voorbeeld, maar ik zou er meer entertainment aan toevoegen en de zakelijke aspecten verminderen. Ik houd mijn oren en ogen open voor nieuwe ideeën en mogelijkheden.”

Het portfolio van Big Horeca omvat de volgende bedrijven

Restaurant Volle Maan (Leidschendam)
Restaurant Lou Lou (Zoetermeer)
Pavarotti Leidschendam, Kijkduin, Delft, Leiden en Zoetermeer
2 aparte locaties Pavarotti Dolce
Pavarotti To Go Den Haag
Pavarotti To Go Leidschendam
Brasserie Napoleon (Zoetermeer)
Lunchroom Bij Oma.nl (Rijswijk)
Schaatsbaan Ice Paradise (Leidschendam)


Benieuwd aan welke andere grootse horecaondernemers wij 11 vragen stellen? Elke 2 weken verschijnt een nieuw interview! 

Blijf op de hoogte!

Wil jij op de hoogte gehouden worden van het laatste restaurantnieuws en twee keer per week de digitale nieuwsbrief van De RestaurantKrant ontvangen? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief.

Overig nieuws